Tarieven Live Muziek

CvTA Beslissing op bezwaar 20 juni 2017, IEF 16893 (Live Markt Tarieven). Een groep organisatoren van Dance Events heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling door wijzingen in het tarief dat door Buma wordt geheven. Onjuist vinden zij dat de tarieven worden berekend op grond van de uitkoopsom of gages van de artiesten. De stijging in de tarieven vinden zij – kort samengevat – buitensporig. Het College van Toezicht op de collectieve beheersorganisaties is het daar echter niet meer eens. Het systeem waarbij de gages van de artiesten als basis wordt genomen voor de berekening functioneert al lange tijd bij popfestivals, theatershows en cabaret. Dit systeem wordt ook in het buitenland gebruikt en er zijn geen negatieve signalen uit de markt ontvangen. De commissie oordeelt verder dat de stijging van de tarieven niet buitensporig is, om de stijging samenhangt met het wegvallen van korting voor leden van de VVEM. Daardoor worden de tarieven voor de VVEM leden gelijkgetrokken met de rest van de markt, waarbij de Commissie zich nog afvraagt of de korting van 20-25% wel gerechtvaardigd was. Lees de volledige tekst van de besllissing hier.

Auteursrecht op sloepen

De voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem heeft op 4 mei 2012 beslist dat er geen auteursrecht rust op de Liberty sloep. De vordering tot een verbod op de Admiralsloep werd niet toegewezen. Ook is er geen sprake van slaafse nabootsing. Lees hier het vonnis.

Wat mij opvalt in deze zaak is dat het ontwerp van de sloep de lage drempel van het auteursrecht niet haalt, terwijl voor het ontwerpen van een boot mijns inziens vrij veel creativiteit vereist is, waaronder met name de lijnen van de romp. In het kader van de “werktoets” wordt door de rechtbank gekeken naar de beschermde trekken, waarbij de eiser heeft verwezen naar tal van kenmerken van zijn ontwerp, maar opvallend genoeg niet naar het lijnenplan van de romp. De rechtbank overweegt dat de genoemde kenmerkende elementen van de Libertysloepen als zodanig niet nieuw en oorspronkelijk zijn. De elementen komen al voor in sloepen die eerder op de markt waren en zijn daaraan ontleend. Niet kan worden geconcludeerd dat deze elementen als zodanig een voldoende eigen en oorspronkelijk karakter hebben. De voorzieningenrechter overweegt dat gekeken moet worden naar het samenspel van elementen die de totaalindruk van een ontwerp en dus de karakteristieke vormgeving bepalen. De schikking en combinatie van de door eiser gestelde kenmerkende elementen van de Liberty sloep bezitten naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende oorspronkelijkheid om te kwalificeren als auteursrechtelijk beschermd werk.

Het beoordelen van de totaalindruk aan de hand van de auteursrechtelijk beschermde trekken dient niet te gebeuren in het kader van de werktoets, maar is nu juist aan de orde bij de vraag of inbreuk is gemaakt. Ik heb de indruk dat deze criteria hier ten onrechte zijn gebruikt in het kader van de werktoets. Ik had me  kunnen voorstellen dat de voorzieningenrechter in deze zaak was gekomen tot het oordeel dat de Liberty wel een auteursrechtelijk beschermd werk is, maar dat de beschermingsomvang beperkt is, en er geen inbreuk wordt gemaakt.

Opvallend is dat bij de beoordeling van de slaafse nabootsing geen enkele overweging is gewijd aan op de sterk overeenstemmende type nummers die door gedaagde zijn gebruikt.